OPINIE: Een aanzet voor een permanente Europese Defensie Coalitie
Door middel van de “National Security Strategy of the United States of America” (November 2025) is Europa nog eens met neus op de feiten gedrukt. De VS-inval in Venezuela en de claim op Groenland versterkt ons vertrouwen in de VS evenmin. Dus, reken niet op bescherming door de VS en houdt zelfs rekening met ongewenste interventies en dreigingen. Er zijn extra redenen voor Europa om haar zelfvertrouwen te versterken, als een van de beste klanten van de Amerikaanse defensie-industrie, belangrijk handelspartner en investeerder en mogelijk partner bij problemen elders in de wereld. “Welzijn” staat in Europa hoger genoteerd dan in de VS en we hebben ons afhankelijk laten maken. Laten we nu onszelf weer onafhankelijker maken.
Het allerbelangrijkste dat Europa vandaag nodig heeft voor haar veiligheid is zelfvertrouwen, defensiecapaciteit, solidariteit en eenheid van defensiebeleid, commando en uitvoering. Dat vereist eensgezindheid in politieke besluitvorming en een centraal geleide defensieorganisatie. Afgezien van regionale samenwerkingsverbanden zijn de Europese Unie, de NATO en een ad-hoc “Coalition of the Willing” nu de belangrijkste veiligheidsstructuren in Europa.
Veel landen zitten in meerdere van deze drie groepen. De meeste deelnemende landen hebben zich verplicht om zich te houden aan Art.5 (NAVO) en Art.42.7 (EU Verdrag van Lissabon). Beide artikelen suggereren de intentie tot solidariteit; een aanval op een van hen is een aanval op allen en verplicht allen tot bijstand. In de praktijk geven beide artikelen ruimte aan deelnemers om af te zien van effectieve steun, ofschoon Art.42.7 iets stelliger is gesteld dan NAVO art.5. De recente geschiedenis heeft inmiddels duidelijk gemaakt dat niet op steun van de VS kan worden gerekend in geval van een externe aanval op een Europese NATO- of EU-staat. Dat geldt overigens ook voor enkele Europese lidstaten.
Kortom: in de praktijk kan men op dit moment en in de nabije toekomst
niet op onbeperkte solidariteit rekenen van zowel NAVO als EU-lidstaten; er is
geen eenheid van beleid, geen adequate politieke besluitvorming, en voor een
autonome Europese defensie is er geen uitvoerende en commando organisatie
ondanks het bestaan van de NAVO, de EU en de Coalition of the Willing (CoW).
Een mogelijke marsroute naar een Europese Defensie Coalitie
Momenteel zijn de kandidaten voor de CoW vrijwel alle EU-landen plus
Turkije, Canada, Australie, N. Zeeland, IJsland en de UK. Het merendeel hiervan
is ook NAVO lid. The CoW is opgericht ter ondersteuning van een mogelijke
Ukraine-Russia wapenstilstand of vredesovereenkomst en is dus een tijdelijke
“single purpose” alliantie. Vrijwel alle CoW-partners hebben zich in het
verleden al tot wederzijdse steun verplicht in geval van een aanval op Europees
grondgebied doormiddel van een solidariteitsovereenkomst (NAVO, Art.5 of EU
Art.42.7). Maar dat is geen garantie. Uitgaande van de intentie om op lange
termijn de positie van Ukraine te garanderen, zal de betrokkenheid van leden
van de CoW in de praktijk niet tijdelijk, maar permanent moeten zijn. Dit
impliceert dat de overeenkomst tot deelname ook permanent van aard zal moeten
zijn, onafhankelijk van regeringswisselingen. De garantie voor de
onafhankelijkheid van Ukraine is praktisch gezien een garantie voor de
verdediging van Europa. Want, indien Ukraine valt is de CoW gedwongen Europa te
verdedigen, collectief en solidair. Hierop anticiperen is politiek lastig, maar
wel logisch en strategisch verstandig.
Een collectieve, wederzijdse defensieovereenkomst voor het Europese
grondgebied.
Een aanzet voor het verduidelijken en consolideren van de intenties van
CoW-deelnemers zou de vorm kunnen krijgen van een Pact of Treaty. Daarin wordt
opnieuw vastgelegd dat partijen zich committeren om elkaar, permanent en met
alle beschikbare middelen, bij te staan ingeval van een externe existentiële
bedreiging van Europees grondgebied en de samenleving van de deelnemende staat.
Deze zou minstens zo krachtig en bindend moeten zijn als het EU art.
42.7. De vraag is of deze bijstand ook geldt voor Europese staten die geen deel
uitmaken van de CoW. Mijn voorkeur is die bijstand dan niet toe te zeggen, als
incentive om alsnog aan de CoW deel te nemen. In feite vereist deelname voor de
meeste deelnemers een herbevestiging van al bestaande verplichtingen, maar het
essentiële voordeel van deze procedure is, dat regeringen van lidstaten zich
nog eens expliciet verplichten de verdediging van Europe collectief en
permanent te organiseren, niet alleen “de jure”, maar ook “de facto” en dus
zonder “opt out” clausule. Uitgangspunt
van de samenwerking is, dat iedere deelnemende lidstaat instemt met doel,
werkwijze en inzet voor de CoW. Dit geldt natuurlijk ook bij regerings- en
beleidswisselingen in lidstaten. De CoW is door de lidstaten op basis van
scenario’s, gepremandateerd voor de verdediging van Europa. Dit staat
los van de vorming van een “Europees leger”. Samenwerking, integratie, standaardisering
en creatie van nieuwe gemeenschappelijke capaciteiten is wenselijk, maar de CoW
vraagt nu een gezamenlijke defensiestrategie en -verplichting voor de
deelnemende landen.
Rol van de EU
Indien voldoende en belangrijke NAVO/EU lidstaten zich aansluiten bij
deze CoW kunnen we spreken van een Europese Defensie Coalitie. Deze EDC
sluit aan bij de EU en is enigszins vergelijkbaar met de EMU, die ook niet alle
EU-staten omvat. De EU biedt nu ook ondersteuning aan voor de Europese
defensie-industrie. Het is wenselijk dat de EU zowel financieel als industrieel
ook de CoW/EDC zullen ondersteunen, ook voor de Europese CoW-leden die geen
deel van de EU uitmaken. Voor niet Europese geassocieerde leden kunnen de huidige
partnerschapsregelingen van de Europese Commissie als voorbeeld dienen.
Rol van de NAVO
Daarnaast zal de EDC de Europese pilaar in de NAVO zijn. De EDC representeert
binnen de NAVO, haar deelnemende staten met haar Europese verdedigingsmandaat en
de inzet van haar leden. De NAVO fungeert in dat geval als de operationele
organisatie van de EDC, met als taak de defensie-inspanningen te leiden vanuit
SACEUR. Steun van niet-Europese partners zoals de VS, is natuurlijk zeer welkom,
maar het moet ook zonder kunnen. Logisch is dat SACEUR voor de verdediging van
Europa permanent door een Europese commandant wordt geleid en dat de VS de besluitvorming
over Europese verdediging niet kan blokkeren. Momenteel is het wederzijdse Atlantische
aspect van de NATO immers ver te zoeken.
Politieke besluitvorming
Ten slotte dient zowel in de politieke top van CoW/EDC, net als in de
politieke top van de NAVO, de besluitvorming te worden gestructureerd. Het ligt
voor de hand dat de politieke leiding van CoW ook in politieke besluitvorming
van de NATO is vertegenwoordigd. De leiding van CoW/EDC zou, eventueel roulerend,
kunnen worden toevertrouwd aan de regeringsleiders van drie of vier grotere
deelnemende landen. Deze vormen een Presidium, en zou kunnen functioneren als
Europese Veiligheidsraad. Overige deelnemende landen kunnen eventueel in
kiesgroepen worden vertegenwoordigd. Het belangrijkste is, dat het gemeenschappelijke
uitgangspunt bij de oprichting van de CoW/EDC, namelijk de gezamenlijke
verdediging van Europa en haar grondgebied, door allen wordt aanvaard,
ondersteund en vastgelegd in een pre-mandaat op basis van de mogelijke
crisisscenario’s. Dit vermijdt mogelijke veto’s en stimuleert snelheid van
besluitvorming op het moment van crisis. Duidelijk is, dat een land dat
toetreedt, weet dat het door het afgeven van een pre-mandaat, verplicht is zijn
verdedigingsinspanning te leveren wanneer het presidium dat vraagt. Wie niet
deelneemt, praat niet mee.
Hoe te beginnen?
We kunnen constateren dat er over Europese defensie ideeën te over
zijn, maar gezien de urgentie van de problematiek, en de complicaties bij de
realisatie van alternatieven, is het huidige voorstel binnen de bestaande
organisaties NAVO, EU en CoW praktisch, uitvoerbaar en wellicht politiek
haalbaar. Eén of meer van de grotere deelnemende landen van de CoW zullen de
start moeten maken met de formatie van de CoW en het opstellen van een
oprichtingsovereenkomst. Er is een secretariaat dat, met versterking, als spil
kan dienen voor de opbouw van de EDO-organisatie.
De grote vraag is: wie bindt de kat de bel aan? Gaat het nieuwe
Nederlandse kabinet dit voorstel steunen en uitdragen? Mogelijk met een of meer partnerlanden? Moet
het van de NGO’s komen? Het EDNL-netwerk?
Iric
A. van Doorn
Adviseur EDNL bestuur
12 januari 2026