Aanbevelingen naar aanleiding van de Beleidsbrief coalitieakkoord Defensie 2026
Aanbevelingen naar aanleiding van de Beleidsbrief coalitieakkoord Defensie 2026
Op 24 april 2026 publiceerde de minister en staatssecretaris van Defensie de uitwerking van het regeerakkoord 2026 voor Defensie op hoofdlijnen in de "Beleidsbrief coalitieakkoord". Eurodefense Nederland heeft daarover onderstaande aanbevelingen aangeboden aan de Tweede Kamer.
Algemeen
In een tijdperk van instabiliteit, onzekerheid, fragmentatie en polarisatie is
versterking van de onderlinge samenwerking op institutioneel, industrieel en
operationeel vlak cruciaal. Hoewel de beleidsbrief de noodzaak van Europese
defensiesamenwerking onderkent, is de Europese ambitie betrekkelijk laag
ingestoken en ontbreekt het aan urgentie en actie. De brief biedt onvoldoende
duidelijkheid over de wijze en het moment waarop samenwerking in de Europese
Unie vorm moet krijgen. Eurodefense Nederland is van mening dat Nederland haar
eigen defensie-basis moet versterken, maar dat lange termijn-oplossingen
nagenoeg altijd intensievere samenwerking op Europese schaal vereisen. Gezien
de blokkades van sommige lidstaten zou Nederland vooraan moeten staan in het
vormen van kopgroepen voor verdere integratie en samenwerking in het
veiligheidsdomein.
○
Blz 1, regel 33-35 - De vermelding
van al dan niet escalerende conflicten in het Midden-Oosten en de daarmee
samenhangende bedreigingen voor de energievoorziening en internationale handel
lijkt te wijzen op de behoefte aan een aanzienlijke expeditionaire
capaciteit binnen de Nederlandse krijgsmacht, met name maritiem georiënteerd.
Dit roept de vraag op hoe deze behoefte zich verhoudt tot de noodzaak van een
continentaal gerichte capaciteit om Rusland af te schrikken van het bedreigen
van bondgenoten. Het EU Strategisch Kompas (2022) kondigde in dit kader een
Rapid Deployment Capability (RDC) aan. Die zou hierin een rol kunnen vervullen.
Het is van belang dat de bewindspersonen ervoor zorgen dat de RDC er komt
en inzetbaar is om Europese belangen wereldwijd te behartigen.
○
Blz 3 - De Beleidsbrief benadrukt
Defensie midden in de maatschappij, maar mist een Europese dimensie. Er
ontbreken gezamenlijke EU-civiel-militaire oefeningen (bv. via EU Civil
Protection Mechanism) en concrete maatregelen voor Europese civiele
weerbaarheid (bv. gezamenlijke voorraden, energie-onafhankelijkheid).
Weerbaarheid is een grensoverschrijdende opgave, maar de brief beperkt zich tot
nationale aspecten, terwijl uitdagingen als cyberaanvallen, migratiecrises
Europese coördinatie vereisen.
○
Blz 3, regel 14-16 - Daarnaast
rijst de vraag hoe de doelen om op korte termijn zowel de operationele
gevechtskracht als het voortzettingsvermogen te vergroten, gecombineerd
kunnen worden, gelet op de beperkte beschikbare financiële en personele middelen.
Bovendien wil het kabinet Oekraïne “onverminderd” blijven steunen (blz 2, regel
48-49). Het is derhalve relevant om te vernemen welke prioriteiten MINDEF en
STASDEF hanteren en welke tijdsvolgorde zij voor ogen hebben. Welke
prioriteiten hanteren MINDEF en STASDEF?
○
Blz 3 - De brief stelt terecht dat
een toekomstbestendige krijgsmacht vraagt om een grotere en geoefende
krijgsmacht. Deze krijgsmacht moet echter ook beter kunnen samenwerken met
Europese partners, wat vraagt om Europese commandostructuren en interoperabiliteit.
In dit kader rijst de vraag hoe de interoperabiliteit tussen Europese krijgsmachten
daadwerkelijk wordt vergroot. Hoewel de brief samen oefenen noemt, ontbreken
concrete maatregelen op het gebied van standaarden, doctrine en
communicatiesystemen, zoals via de EU Military Planning and Conduct
Capability. Daarnaast is het van belang om te verduidelijken hoe gezamenlijke
logistiek, zoals de aanvoer van munitie, brandstof en medische evacuatie, wordt
georganiseerd. De oorlog in Oekraïne heeft immers aangetoond dat NAVO- en
EU-landen moeite hebben met de coördinatie hiervan.
○
Blz 3, regel
33-47 - Om als Europa binnen de NAVO zelfstandig op te kunnen treden zijn
diverse strategic enablers noodzakelijk. Dit zijn zeer grote systemen,
die geen enkel Europees land zich nationaal kan veroorloven. Partner aankopen zijn
daarvoor geen oplossing, zoals blijkt uit het structureel mislukken van dit
soort grote projecten. Gezamenlijk aangeschafte systemen die ook gezamenlijk
worden gebruikt, hebben een grotere kans van slagen. Zoals Galileo, Iris2 en de
NATO AWACS-vliegtuigen. Aangezien geen enkel Europees land zich deze miljarden
kostende systemen nationaal kan veroorloven, ligt het gebruik van Eurobonds
hier voor de hand. Echter, alleen als de systemen gezamenlijk eigendom worden
en gezamenlijk gebruikt, net als NATO/AWACS.
○
Blz 3, regel 34-41 - Er lijkt in
de notitie sprake te zijn van een vermenging van de begrippen Europa en EU,
terwijl Europa meer omvat dan de EU en de EU geen deelverzameling is van de
NAVO. Daarom is het van belang om de visie van MINDEF, STASDEF en het kabinet
te vernemen over de omgang met deze bestaande lacunes en discrepanties.
○
Blz 3, regel 39 - De vraag rijst waaruit
blijkt dat Nederland voorop loopt bij het ontwikkelen van een sterker
Europa binnen de NAVO.
○
Blz. 3, regel 40 – Bij het
ontwikkelen van een sterker Europa binnen de NAVO doet zich de vraag voor of met
"Europa" inderdaad de EU wordt bedoeld, en wat de positie van de
NAVO lidstaten Verenigd Koninkrijk, Noorwegen, Turkije, Balkanlanden en ook Canada
in dit kader is.
○
Blz. 4 regel 43 – Nederland en
Europa worden bij de versterking van kennis, innovatie en industrie steeds
samen genoemd, terwijl veel regels, richtlijnen en politieke wensen prioriteit
aan Nederland geven. O.a. de wens tot toepassing van VWEU 346 en nationale
industriële participatie bij opdrachten. Ligt de focus voor de STASDEF en
MINDEF op Nederland of op Europa?
○
Blz 4, regel 45-46 - Om de
afhankelijkheid van niet-Europese leveranciers, zoals Zuid-Korea voor
artillerie en Israël voor drones, te verminderen, dient de doelstelling van 50%
aanschaf in Nederland en Europa als eerste stap te worden gehandhaafd, maar wel
gekoppeld aan een duidelijke langetermijnvisie voor verdere industriële
autonomie. Een effectieve tussenstap zou kunnen zijn om, in navolging van
Duitsland, MBDA en Raytheon, licentieproductie van Amerikaanse wapensystemen
naar Europa te halen, waardoor direct capaciteit en kennis worden
opgebouwd. Gelet op de ontwikkeltijd van grote wapensystemen van ongeveer 10
jaar, ontstaat er bij verschuiving naar volledig eigen ontwikkeling een
vulnerability gap. Bovendien zal de Verenigde Staten, gelet op de huidige
geopolitieke spanningen, naar verwachting prioriteit geven aan de eigen
productiecapaciteit, wat de noodzaak voor Europese zelfvoorzienendheid verder
benadrukt.
○
Blz. 4, regel 45-47 - Het is van
belang om de behoefte aan investeringen in productiecapaciteit te koppelen aan concrete
orders of garanties, om zo de aantrekkelijkheid voor investeerders te
vergroten.
○
Blz 5, regel 12-22 - De
beleidsbrief benadrukt terecht het belang van digitalisering en cyberveiligheid,
maar mist een Europese dimensie. De bewindspersonen zou er goed aan doen om
samenwerking te zoeken met EU-instanties (bv. Cybersecurity Competence Centre,
EU Cyber Diplomacy Toolbox) en een visie op Europese cyber weerbaarheid
(gezamenlijke oefeningen, informatiedeling). Daarnaast kan het belang van
EUSPA, Galileo en IRIS² niet onbenoemd blijven, deze zijn cruciaal voor
autonome navigatie en veilige communicatie.
○
Blz 6 - De financiële defensie-budgetten
worden op termijn tot 3,5% BNP verhoogd. Een gebrek aan Europese coördinatie
van de verhoogde defensiebudgetten in Europa leidt tot inefficiëntie en
verspilling. Door samenwerking tussen overheden en clustering van industrie
kan het budget meer slagkracht opleveren.
○
Blz 6 - De brief verwijst
verschillende relevante wetgevingstrajecten, maar besteedt daarbij geen
aandacht aan de juridische obstakels die grensoverschrijdende militaire
samenwerking belemmeren. Nu beperken complexe regels de medegebruik van
apparatuur, uitwisseling van munitie, reserveonderdelen, grenspassages,
infrastructuur gebruik en medische samenwerking. Beter afgestemde materiële
logistiek stimuleert ook internationale industriële samenwerking. De
bewindspersonen moeten erop inzetten dat de regels voor grensoverschrijdende
militaire samenwerking worden vereenvoudigd met een ‘militair Schengen’.
Heeft u vragen? Dan kunt u ons bereiken via bestuur@eurodefense.nl