Advies aan Eurocommissaris Kubilius over een Europese Defensie Unie
Op weg naar een Europese Defensie Unie
De Europese Commissie heeft eind 2024 besloten een Europese Defensie Unie (EDU) tot stand te brengen. Naar aanleiding van een verzoek van Eurocommissaris Kubilius heeft het internationale Eurodefense netwerk een strategisch advies opgesteld voor de totstandkoming van die Unie.
De EDU moet niet als statisch orgaan worden gezien, maar als een stapsgewijs politiek proces. Centraal in het door drie Eurodefense werkgroepen (Strategisch concept, Industrie en Export) opgestelde advies staan het versterken van de politieke autoriteit via een Europese Veiligheidsraad en het verbeteren van de operationele en materiele samenwerking door middel van gezamenlijke defensieplanning.
Om de verdere integratie te financieren, pleit het advies
voor gemeenschappelijke investeringen en een sterkere focus op de eigen Europese
defensie-industrie. Er wordt benadrukt dat lidstaten hun krachten moeten
bundelen en prioriteit moeten geven aan onderlinge afhankelijkheid boven
gefragmenteerde nationale belangen. Uiteindelijk streeft het advies naar een
verhoogde slagkracht en soevereiniteit van Europa binnen een
veranderende mondiale veiligheidscontext.
Om dit te realiseren moeten lidstaten inzien dat het
gemeenschappelijke belang effectiever is voor het oplossen van
veiligheidsuitdagingen dan puur nationaal of industrieel eigenbelang.
Eurodefense pleit daarom voor het benadrukken van het begrip “verlicht
eigenbelang” in het discours over de EDU.
Een
Gefaseerd Politiek en Operationeel Proces
De ontwikkeling van de EDU moet niet worden gezien als één enkele
institutionele creatie, maar als een stapsgewijs politiek en operationeel
proces. Eurodefense stelt een aanpak in drie fasen voor:
- Korte
termijn (Fundament): Gebruikmaken van bestaande instrumenten (zoals de
EDA en OCCAR) en politieke steun voor een Europese pijler binnen de NAVO.
- Middellange
termijn (tot 2030 - Institutionalisering): De oprichting van een Europese
Veiligheidsraad als politieke autoriteit en de ontwikkeling van
permanente Europese commandostructuren (C2).
- Lange
termijn (voorbij 2030 - Consolidatie): Mogelijke verdragsherzieningen
om een gemeenschappelijke defensie te formaliseren en de potentiële overgang
naar een Europees opperbevel.
De huidige "Coalitions of the Willing" (zoals
gezien bij de steun aan Oekraïne) zijn weliswaar nuttig voor kortstondige
actie, maar inherent kwetsbaar zijn door een gebrek aan structurele politieke
autoriteit en duurzame financiering.
Meer,
Beter en Samen Uitgeven
Een kernpunt is de noodzaak om meer, beter en vooral samen uit te
geven. Om aan de NAVO-toezeggingen te voldoen, wordt gestreefd naar een
verhoging van de defensie-uitgaven naar 3,5% van het BBP in 2030, oplopend tot
5% in 2035. Dit vereist aanzienlijke gemeenschappelijke financiering.
Financiële innovaties die worden voorgesteld zijn:
- Europese
Defensie-obligaties (Eurobonds): Om voorspelbare middelen op lange
termijn te mobiliseren en gezamenlijke inkoop te stimuleren.
Eurodefense Nederland is daarbij van mening dat Eurobonds alleen moeten worden gebruikt voor capaciteiten die gezamenlijk eigendom zijn en gezamenlijk worden ingezet. - Overbruggingsleningen:
Om lidstaten te helpen wiens budgettaire cycli niet synchroon lopen, zodat
ze toch aan gezamenlijke projecten kunnen deelnemen.
- Rol
van de Europese Investeringsbank (EIB): Het opheffen van de
uitsluiting van financiering voor wapens en munitie.
Versterking
van de EDTIB en de Europese Industrie
Eurodefense pleit voor de versterking van de European Defence
Technological and Industrial Base (EDTIB) om de afhankelijkheid van
niet-Europese technologieën te verminderen. Er wordt een nieuw Europees
inkoopmodel voorgesteld dat gericht is op efficiëntie en strategische
onafhankelijkheid.
Belangrijke principes voor de industrie zijn:
- Prioriteit
voor Europese oplossingen: Bij inkoop moet de voorkeur uitgaan naar
Europese opties boven niet-Europese oplossingen.
- Consolidatie
en Competitie: Meer consolidatie op het niveau van hoofdaannemers en
meer concurrentie binnen de toeleveringsketen via regionale
innovatieclusters.
- Gezamenlijke
Inkoop: Het bundelen van aankopen om standaardisatie te bevorderen en
prijzen te verlagen.
- Europees
Defensieplanningsproces (EDPP): Een proces dat coherent is met het
NAVO-planningsproces om operationele behoeften te harmoniseren en
duplicatie te voorkomen.
Exportbeleid
en Strategische Autonomie
Een cruciaal en gevoelig aspect van de EDU is het exportbeleid voor
defensiematerieel. Hoewel wapenexport een nationale soevereine bevoegdheid
blijft, is het essentieel voor de internationale concurrentiekracht van de
industrie. Eurodefense wijst op de Trilaterale Overeenkomst (Frankrijk,
Duitsland, Spanje) als een model voor de rest van Europa. Dit akkoord is
gebaseerd op wederzijds respect voor exportvergunningen van partners, waarbij
bezwaar alleen bij uitzondering mogelijk is. De uitbreiding van dit akkoord
naar landen als het VK, Nederland, Italië en Zweden wordt gezien als een
belangrijke stap naar een EU-brede standaard.
Politieke
Autoriteit en Besluitvorming
Het gebrek aan politieke autoriteit is de "missing piece"
voor een effectieve defensie-unie. Zonder een Europese Veiligheidsraad
ontbreekt het aan legitimiteit voor een verenigd commando. Voor de
besluitvorming wordt een pragmatische aanpak geadviseerd: volledige unanimiteit
riskeert verlamming, terwijl gekwalificeerde meerderheidsbesluitvorming (QMV)
de participatie van tegenstemmers kan remmen bij beslissingen over gebruik van geweld.
Oplossingen zoals "constructieve onthouding" en "versterkte
samenwerking" worden voorgesteld om effectief te kunnen handelen in
crisissituaties.
Operationeel
Commando en Controle (C2)
Momenteel ontbreekt het Europa aan een uniforme operationele
commandostructuur. Eurodefense stelt voor om voort te bouwen op bestaande
multinationale kaders:
- Land:
Pooling rond structuren zoals het Eurocorps.
- Zee:
Gebruik van Euromarfor.
- Lucht:
Integratie via modellen zoals het European Air Transport Command (EATC).
Op de lange termijn wordt de aanstelling van een Europees
Saceur overwogen, mits dit volgt op politieke eenheid en bewezen militaire
gereedheid.
Maatschappelijk
Draagvlak: "Total Defence"
Een succesvolle EDU vereist de steun en cohesie van de Europese
samenlevingen. Het concept van "Total Defence", dat al sterk
leeft in Noord-Europa en de Baltische staten, moet breder worden uitgedragen.
Dit houdt in dat burgers zich bewust moeten zijn van de dreigingen en de
noodzaak om gezamenlijk op te treden voor de verdediging van het continent.
Conclusie
De transitie naar een Europese Defensie Unie (EDU) is geen luxe,
maar een geopolitieke noodzaak. Om de soevereiniteit en veiligheid van het
continent in een veranderende mondiale context te waarborgen, moet Europa
evolueren van ad-hoc samenwerkingen ("Coalitions of the Willing")
naar een structureel, gefaseerd en geïntegreerd defensiebeleid.
De grootste uitdaging daarbij is uiteindelijk niet technisch of financieel,
maar psychologisch. Het succes van de Europese Defensie Unie valt of staat met
het vermogen van de lidstaten om puur nationaal en industrieel eigenbelang te
overstijgen. Alleen wanneer de lidstaten het principe van "verlicht
eigenbelang" omarmen kan de EDU uitgroeien tot een geloofwaardige en
slagvaardige veiligheidsactor op het wereldtoneel.
Download de drie werkgroep rapporten waarop deze samenvatting is gebaseerd:
Foto: Beeld bij Defensie
