Commentaar Defensienota 2026
- Strategische autonomie
van Europa: Voorbereiden op een minder betrokken VS
De defensienota richt
zich voornamelijk op militaire en hybride dreigingen, maar besteedt slechts
beperkte aandacht aan de gevolgen van de
fundamentele verandering in de geopolitieke context, met name de verschuiving
in de Amerikaanse opstelling (pivot to Asia en groeiende
onvoorspelbaarheid). Deze structurele veranderingen vragen om duurzame
oplossingen, waarbij meer en diepgaande Europese samenwerking essentieel is om
de inspanningen voldoende effect te geven. In de nota mist een concreet plan om
de wegvallende Amerikaanse capaciteit (materieel, technologie, nucleaire
garanties) te compenseren. Om strategisch autonoom te kunnen handelen, is het
noodzakelijk dat Europa
verantwoordelijkheid neemt voor haar eigen verdediging. Dat lukt alleen als
Europese landen gezamenlijk en gestructureerd optrekken. In veel sterkere mate
dan nu het geval is. Daarom moet de versterking van de nationale defensie en de
NAVO-inspanningen nadrukkelijker worden verbonden aan de ontwikkeling van een
sterker en autonomer Europa.
Dit vraagt om:
-
Een Europese strategische dialoog
over veiligheidsbelangen die leidt tot conclusies voor nationale en
gezamenlijke inspanningen.
-
Concrete afbouw van
afhankelijkheid van Amerikaanse technologie en voorkomen van nieuwe
afhankelijkheden.
-
Gezamenlijke Europese
investeringen in innovatie en middelen om de gevolgen van Amerikaanse
terugtrekking op te vangen.
-
Europa heeft wereldwijde belangen
die niet altijd identiek zijn aan de belangen van de Verenigde Staten. Deze
belangen worden in gezamenlijk Europees verband het effectiefste behartigd, in
het uiterste geval met gewapende macht. Het Strategisch Kompas (2022) geeft daar
richting aan met de Rapid Deployment Capacity (RDC). Nederland moet zich hard
maken voor het operationaliseren van de RDC door gezamenlijke oefeningen en
duidelijke inzetvoorwaarden
- Versterk de rol van de
Europese Unie: van symbolisch naar substantieel
De nota besteedt beperkt
aandacht aan de rol van de Europese Unie tot bestaande initiatieven (bv.
stimuleren defensie-industrie), het zet daarbij geen ambities voor hoe verdere
Europese samenwerking eruit moet zien. Tevens negeert het cruciale organisaties,
zoals de Europese Commissie. Om de focus op
nationaal eigenbelang te verminderen en de versnippering van opdrachten en
systemen te beperken zouden EU grotere rol in defensiebeleid moeten
krijgen door:
-
Hoe wil de regering met de plannen
van de Europese Raad, Commissie en andere instituties omgaan? Wordt er
intensiever dan nu ingezet op Nederlandse betrokkenheid in deze organen?
-
Gezamenlijke aanschaf van
strategische enablers (bv. ISR, luchtverdediging, AI) die voor individuele
lidstaten te duur zijn, maar door het wegvallen van Amerikaanse enablers wél
noodzakelijk.
-
Het op Europees niveau afstemmen
van Defensiebeleid en nationale
prioriteiten in een Europees Defensie Plannings Proces (EDPP) ondersteunend en
aanvullend op het NATO Defence Planning Proces (NDPP). In dat EDPP kunnen ook deze
enablers worden opgenomen.
-
Het afbouwen van de
afhankelijkheid van niet-Europese technologie door oprichting van een Europese
innovatie-agentschap met vergaande zelfstandige bevoegdheden.
-
Om nationale blokkades in het
wapenexportbeleid te voorkomen is het “Trilateral Agreement” een goede stap
vooruit. Nederland zou zich hier snel bij moeten aansluiten en bevordeen dat de
overige lidstaten dat ook doen.
- Van intenties naar
uitvoering: leren door te doen
De nota biedt een gedegen
veiligheidsanalyse, maar laat het grotendeels na om dit te concretiseren naar
actielijnen voor hoe Europese landen dit gezamenlijk het hoofd kunnen bieden.
De situatie vraagt erom dat er nú stappen worden ondernomen zodat Europa in
geval van nood samen kan optreden:
-
Europese landen zouden meer
gezamenlijk en grootschalig moeten oefenen zonder Amerikaanse steun.
-
Terwijl Europese strijdkrachten terecht
de focus verschuiven naar Hoofdtaak 1, veronachtzaamt dit de andere
hoofdtaken van de krijgsmacht. Die hoofdtaken moeten ook worden uitgevoerd.
Welke aandacht gaat de regering aan hoofdtaak 2 en 3 besteden? En hoe gaat de
regering dit in Europees verband doen?
-
Koppel de Europese kopgroepen (zoals
de JEF en de Coalition of the Willing voor Oekraïne) aan bestaande EU-structuren,
want het huidige complexe palet aan kopgroepen vergroot de versnippering bij
inzet en bij materiële samenwerking.
-
Schaf kostbare strategic
enablers zoals satellieten en tankvliegtuigen gezamenlijk aan. Plaats deze
in gemeenschappelijk bezit en zet ze gezamenlijk in.
- Industriële samenwerking:
Van fragmentatie naar schaalgrootte
De nota erkent wel de noodzaak van Europese samenwerking
op het gebied van de defensie-industrie (pp. 32 en 71), maar er is geen aandacht voor de aanpak van de fragmentatie
van die Europese defensie-industrie, ook al spreekt de nota over het versterken
van ecosystemen en het wegnemen van administratieve belemmeringen (p. 71). Nederland zou de Europese industriële samenwerking moeten stimuleren
door:
-
Een lange termijn Europese
inkoopdoelstelling die uiteindelijk verder gaat dan het gezette doel op 50%
Europese aanschaf (p.83).
-
Om de versnippering tegen te gaan,
waarbij op veel plaatsen in Europa dezelfde technologieën worden ontwikkeld en
geproduceerd, zouden sterke technologische clusters (technology valleys) een
oplossing zijn.
-
Daar kunnen we ons in Nederland op
voorbereiden door bedrijven in geselecteerde technologiegebieden te stimuleren.
Bijvoorbeeld rond de drie toonaangevende militaire eindsystemen (pag. 83).
-
In dat kader zou Nederland bij de
Europese Commissie moeten aandringen op het loslaten van de methode waarbij
voor projecten minimaal drie bedrijven uit drie verschillende landen nodig
zijn, en in plaats daarvan te focussen op unieke excellente bedrijven en
regionale clusters.
-
De nota pleit voor twee tegenstrijdige
belangen: een open concurrerende Europese markt (pag. 32) én het belang van de Nederlandse industrie
(pag. 83). Hoe lost de regering de politieke en juridische tegenstellingen
tussen deze twee belangen op?
-
Een andere tegenspraak is dat op
veel plaatsen in de nota over “Nederland en Europa” wordt gesproken. Juist dit
beleidsdocument zou onderscheid moeten maken tussen wat in Nederland en wat in
Europa gebeurt of moet gebeuren.
Heeft u vragen? Dan kunt u ons bereiken
via bestuur@eurodefense.nl
Den Haag, 24 augustus 2026
Foto:; Mediacentrum Defensie, Zr Ms Tromp in 2024
Wereldreis Pacific Archer om de Nederlandse belangen wereldwijd te onderstrepen. Onder meer werden India, Singapore, Indonesie, Vietnam en diverse andere landen aangedaan en werd op zee geoefend met coalitielanden zoals Amerika en de marine van de diverse bezochte landen.
