Hoe kan Europa strategisch autonoom worden
Ons continent bevindt zich in zwaar geopolitiek weer. Terwijl de Russische dreiging toeneemt, nemen de VS steeds meer afstand van Europa. Dat betekent dat Europa de verantwoordelijkheid moet nemen voor de eigen veiligheid. Hoewel de huidige regering goede maatregelen neemt, gaan deze voor het Europese beleid op fundamentele punten niet ver genoeg. Dit standpunt is niet ingegeven door een politiek ideologische visie, maar op basis van feitelijke ontwikkelingen die relevant zijn voor ons land en Europa.
De regering lijkt in o.a. de defensienota onvoldoende te erkennen dat de VS steeds minder geïnteresseerd is in de Europese veiligheid. Deze verandering is al jaren aan de gang, maar krijgt nu verregaande consequenties. De VS haalt aan de NAVO toegewezen middelen weg uit Europa en verplaatst deze naar andere delen van de wereld. Dat zal niet meer veranderen, ook niet als er over enkele jaren een president uit de Democratische partij wordt gekozen.
Willen we Nederland en Europa veilig houden, dan moet er dus een concreet plan komen om het wegvallen van de Amerikaanse middelen te compenseren. Binnen de NAVO is compensatie binnen Europa de enige oplossing, eventueel in samenwerking met Canada.
In plaats daarvan gaat de aandacht in van Defensie vrijwel uitsluitend uit naar ad hoc samenwerkingsverbanden (zoals de JEF) en de NAVO als geheel, alsof het probleem daardoor automatisch wordt opgelost.
Verder is er bij Defensie weinig tot geen aandacht voor wat de Europese Unie in communautair verband al doet en gaat doen op defensiegebied. De focus ligt vooral op intergouvernementele samenwerking. In de defensienota en de Kamerbrief van 5 okt 2026 wordt de Europese Commissie bijvoorbeeld niet of nauwelijks genoemd.
Het is daarom tijd om de Nederlandse defensie niet alleen te versterken, maar ook beter te verbinden met een strategisch autonoom Europa. Alleen gezamenlijk kunnen we Europa verdedigen in een steeds gevaarlijkere wereld.
Belangrijke stappen kan Europa nu al zetten. Nederland kan daar via de Europese Raad op aandringen.
- Georganiseerde veiligheidsdialoog: Europese landen moeten gestructureerd met elkaar in gesprek gaan over hun veiligheidsbelangen. De huidige lappendeken van samenwerkingsverbanden moet daarbij coherentie krijgen. Het voorstel van Commissievoorzitter Ursula von der Leyen voor een Europese Veiligheidsraad sluit daar prima bij aan.
In dit overleg kunnen gezamenlijke Europese antwoorden op veiligheidsvraagstukken worden geformuleerd. Deze moeten dan vervolgens zonder deelname van de VS worden beoefend om een geloofwaardige afschrikking te realiseren als de VS zich terugtrekt.
Een punt van discussie daarbij is de unanimiteit bij besluitvorming. Een kern-veiligheidsraad van enkele grote landen of stemmen met gekwalificeerde meerderheid (QMV) is voor veiligheidsvraagstukken wellicht niet geschikt. Een veto mogelijkheid door een aantal lidstaten samen, is misschien wél passend. - Gezamenlijke aanschaf strategische capaciteiten: Voor noodzakelijke ‘strategic enabler’ die de VS nu binnen de NAVO beschikbaar stelt (zoals satellietcommunicatie, tankervliegtuigen, raketverdediging en AI), is geen Europees alternatief. Deze enablers zijn voor individuele Europese landen te kostbaar om zelfstandig te ontwikkelen en te bouwen. Juist deze capaciteiten zouden de Europese landen gezamenlijk moeten aanschaffen en beheren (common owned, operated and financed).
Eurobonds zijn niet passend om nationale krijgsmachten te versterken, maar zouden voor zulke collectieve strategische capaciteiten wel kunnen worden toegepast. - Versterking defensie-industrie: De EU is de organisatie bij uitstek die gezamenlijke Europese belangen kan vertegenwoordigen zonder dat direct nationaal eigenbelang overheerst. Omdat Europa bedreven is op economisch terrein, kan het dit het beste doen door gezamenlijke investeringen en middelen voor defensie vrij te maken.
Daarnaast kan de Unie kan helpen de huidige veelheid van producten voor hetzelfde doel tegen te gaan, bijvoorbeeld door sterke technologische clusters (of “valleys”) te vormen. Nederland kan zich hierop voorbereiden door bedrijven in geselecteerde technologiegebieden te stimuleren, zoals maritieme technologie, drones en AI.
Ten slotte is geconcentreerde productie in grote bedrijven in een hybride- of oorlogssituatie een risico. Eén aanval kan alle productie stilleggen. Bij verspreide productie door kleinere bedrijven in heel Europa is dit risico minder. De Europese Raad zou dit ook moeten inzien en bij lidstaten op verspreide licentieproductie aandringen. - Europees planningsproces: Om deze stappen te structureren past een Europees Defensie (materieel) Planning Proces (EDPP), ondersteunend en aanvullend op het NDPP van de NAVO. In dat EDPP kan het gezamenlijke belang het nationale eigenbelang overstijgen, dat we nu veel in Europa zien.
Europa moet zelfstandiger en sterker worden om zichzelf te kunnen verdedigen waar de Amerikaanse bescherming wegvalt. De Europese lidstaten kunnen dat echter niet alleen en zullen nog intensiever moeten samenwerken. Niet in wisselende partnerschappen, maar als een stevig en betrouwbaar machtsblok in de wereld. Dat vraagt om nieuw denken, niet alleen in technologie en tactiek, maar ook in hoe we ons internationaal opstellen.
Nederland is traditioneel een bruggenbouwer in Europa. Onze regering zou daarom het voortouw moeten nemen en de andere lidstaten overtuigen om over hun nationale eigenbelang heen te stappen en werkelijk samen oplossingen te creëren.
Illustratie: Gemini AI
